Tagarchief: leiderschap

Beloon vakmanschap, verminder regeldruk: zo zet je professionals in hun kracht

“Het probleem is vaak niet het gebrek aan nieuwe ideeën, maar het loslaten van oude inzichten”
– Dee Hock

Op de HR agenda bij het UWV staat boeien en binden van met name jonge professionals als belangrijk speerpunt. Deze professionals (in dit geval artsen en arbeidsdeskundigen) zijn maar moeilijk te werven en vervolgens moeilijk te behouden, of lijkt dat maar zo? In de projectgroep die hiervoor opgericht is, wordt een onderzoeksrapport ingebracht van inmiddels 10 jaar geleden waarin pijnpunten rondom de functies worden blootgelegd. De pijnpunten zijn hardnekkig, want de situatie blijkt vandaag de dag nagenoeg hetzelfde.

Waar salaris en wel of geen leaseauto heus niet geheel ontbreken op het verlanglijstje van de jonge professional, springt er een ding uit: vakmanschap. Jonge artsen en arbeidsdeskundigen geven aan dat ze evidence-based willen werken, waarde hechten aan een collectieve ambitie en bevlogenheid èn een uniforme werkwijze aanhangen die hen helpt beter met ethische dilemma’s om te gaan. Ook wordt het ontbreken van een vakinhoudelijke visie genoemd, wat beroepstrots in de weg staat: jonge professionals willen – net als iedereen lijkt me – trots zijn op hun werk. Lees verder Beloon vakmanschap, verminder regeldruk: zo zet je professionals in hun kracht

Zonder progressie geen motivatie

”The best way to motivate people is by facilitating progress”

We weten inmiddels wel wat medewerkers het meest motiveert. Medewerkers willen zich gewaardeerd en gezien voelen. Ze willen fijne collega’s door wie ze zich gesteund voelen. En weten waar ze het voor doen: zinvol werk. Toch?

Ja en nee. Ondanks dat al bovenstaande zaken van groot belang zijn, is er iets anders wat nog meer impact heeft op ons werkgeluk volgens psychologen Teresa Amabile en Steven Kramer in hun boek ‘The Progress Principle’. Zij hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar wat zij ‘inner work life’ noemen ofwel wat zich in ons hoofd afspeelt gedurende de dag: onze gedachten, gevoelens en drijfveren. Door bij zo’n 240 medewerkers dagelijks een vragenlijst af te nemen met aandacht voor de ups en downs van die dag kregen zij – real time – goed inzicht wat gebeurtenissen op de dag met ons welzijn doen.

Over inner work life

Lees verder Zonder progressie geen motivatie

Leiderschap vraagt kwetsbaarheid


“In het verleden wist een leider hoe hij iets moest zeggen. De leider van de toekomst weet hoe hij iets moet vragen.”
– Peter Drucker
 
Al jaren is authenticiteit een grote wens van werkgevers in hun wervingstekst. Echte mensen willen we. Mensen die zichzelf durven zijn en zich kwetsbaar durven opstellen: dat zijn de leiders van de toekomst. Authenticiteit verkoopt: managementgoeroes James Gilmore en Joseph Pine (bekend van bestseller De Beleveniseconomie) kozen als ondertitel voor hun recente boek Authenticity voor “what consumers really want”. 
Toch valt authenticiteit binnen organisaties vaak ver te zoeken. Enerzijds omdat organisatie er niet op zijn ingericht authenticiteit te laten floreren en anderzijds omdat veel mensen eigenlijk niet weten waar ze het over hebben. Waar authenticiteit op neerkomt, is een sterke identiteit: trouw kunnen blijven aan jezelf, je waarden, je drijfveren en waar je voor staat. Daar wringt de schoen: veel mensen weten helemaal niet waar ze voor staan en wie ze zijn zonder de mening van anderen.
 
In mijn vele coachgesprekken met jonge academici valt het me op dat ze het lastig vinden hun eigen koers te varen en hun eigen identiteit te ontwikkelen in een omgeving die hen voortdurend wil kneden en beïnvloeden. We willen het allemaal graag goed doen èn we willen er graag bij horen. Beide zijn niet bevorderlijk voor authenticiteit. Alle prachtige ‘diversity’ statements ten spijt: ik heb toch heel wat mensen met karakter organisaties met een diversity claim zien verlaten.
 
De vorming van een eigen identiteit 
Een aantal jaar geleden ben ik door deze ervaringen geïnspireerd geraakt een kindercoachopleiding te gaan volgen en me te verdiepen in pedagogiek. Met zaken als zelfvertrouwen, eigenwaarde, een eigen identiteit en grenzen leren trekken kan je niet vroeg genoeg beginnen lijkt mij. Het vormen van een eigen identiteit begint al op jonge leeftijd, de druk op het kind zich aan te passen en een vastgestelde ontwikkeling door te maken echter ook. Het is een interessante paradox: we zoeken eigenheid en onafhankelijkheid, maar onze samenleving is daar niet op ingesteld.
 
Authenticiteit als trend 
Het is opmerkelijk dat we een schoolsysteem hebben waarin prestaties en een opsomming van waar jonge kinderen allemaal aan moeten voldoen centraal staan. Als ze zich hebben aangepast en zijn gevormd, horen ze jaren later dat ze wel authentiek moeten zijn. Zit je daar met je aangepaste gedrag in een samenleving die ineens om authenticiteit vraagt. Een trend die ik geamuseerd gade heb geslagen: boeken, seminars, opleidingen: allemaal op zoek naar onszelf! Waarom niet voorkomen dat we dat kwijtraken? Weten we eigenlijk wel dat en/of hoe we het kwijtraken? Over een ding zijn we het allemaal eens: kinderen zijn puur en kunnen zich ongegeneerd verwonderen.
 
Honderd talen
In de pedagogiek is de naam Loris Malaguzzi een bekende: een bevlogen pedagoog die in het stadje Reggio Emilia net na de tweede wereldoorlog het initiatief van een aantal moeders ondersteunde om zelf een kleuterschool op te richten. Een school die kinderen helpt een eigen identiteit en zelfstandigheid te ontwikkelen. Een school die hun creatieve vaardigheid stimuleert, een eigen wil versterkt en leert vertrouwen op het eigen gezond verstand. Karakteristieken die noodzakelijk werden geacht het land weder op te bouwen en een antwoord was op het ontbreken daarvan tijdens de oorlogsjaren: hoe konden mensen zich zo laten meeslepen? De pedagogiek van Malaguzzi staat bekend als Reggio Emilia en wordt ook wel de pedagogiek van het luisteren genoemd. Hij heeft een gedicht geschreven met de titel: “een kind heeft honderd talen, maar de school en de samenleving stelen er negenennegentig van.”
 
Het creatieve kind
Het uitgangspunt is dat kinderen worden geboren met een enorm potentieel, als krachtige en intelligente wezens. Zij zijn nieuwsgierig, ondernemend en onderzoekend en altijd uit op communicatie met andere kinderen, volwassenen en met hun omgeving. Kinderen bouwen zelf actief en creatief in wisselwerking met anderen en de wereld om hen heen hun identiteit op en kunnen zich daarbij uitdrukken in honderd talen: niet alleen verbaal, maar ook beeld, geluid, logica, materialen, beweging, metaforen en nog talloze andere talen. Begeleiders en opvoeders hebben als belangrijkste taak de mogelijkheden die al deze talen in zich dragen aan te spreken en te versterken. Kinderen hoeven alleen begeleid te worden in het tot bloei laten komen van wat ze in potentie in zich hebben (zodat ze daar later niet meer op gecoacht hoeven worden!)
 
Wankelmoed 
Organisaties die authenticiteit een belangrijke waarde vinden, doen er goed aan ruimte te bieden aan alle talen en aan de moed die er soms voor nodig is om jezelf te laten zien. Kwetsbaarheid is een actueel thema en onlosmakelijk verbonden met leiderschap. Het is niet voor niets dat sprekers als Brené BrownSusan Cain en mijn favoriet Joshua Walters die allen hun kwetsbare kant laten zien een staande ovatie krijgen op hun TED praatje. Eigenheid is in.
 
Filosofe Désanne van Brederode merkt eind 2011 al op dat wankelmoed een nieuwe deugd is: “Helaas wordt mensen vaak voorgehouden dat het eerlijk uitkomen voor je twijfels, je dubbelzinnigheden, je fouten en nalatigheden, en je onwetendheid of onkunde op bepaalde gebieden, tekenen van zwakte zijn. Dat het terugkomen op een eerdere uitspraak of daad, het simpelweg toegeven dat je je bij een bepaalde uitspraak door onredelijke sentimenten hebt laten leiden, of dat het geen antwoord weten, of willen geven op scherpe vragen, allemaal bewijzen zijn van onzekerheid en wankelmoedigheid.”
 
Maar het zijn andere tijden, tijden die vragen om (wankel)moed en een (werk)omgeving die dit omarmt. Organisaties moeten zich realiseren wat de voedingsbodem is voor authenticiteit, zodat wat ze zoeken ook vinden èn kunnen behouden. 

Ik zie, ik zie, wat jij ook heus wel ziet

“The most courageous act is still to think for yourself. Aloud.”
– Coco Chanel

Omdat ik laatst weer eens in Kopenhagen was en park Tivoli bezocht moest ik denken aan de keer ervoor dat ik er was – zo’n beetje aan het begin van mijn werkende leven – en een beeldje kocht wat het sprookje de ‘Kleren van de keizer’ uitbeeldde. Ik vond het toen al een geweldig verhaal en met de jaren zag ik het sprookje vaak werkelijkheid worden in organisaties. Je kunt het vrij vertalen als een keuze of beslissing, die iedereen afkeurt, maar waartegen niemand protesteert uit angst om tegen de groep en/of haar leider in te gaan.

Kent u het?

Het sprookje verhaalt van een keizer die erg op zijn uiterlijk is gesteld. Zijn kleermakers maken steeds duurdere gewaden, maar de keizer raakt steeds sneller verveeld. Uiteindelijk wil hij iets heel bijzonders en beveelt zijn kleermakers een gewaad te maken van “de stof die niet bestaat.”

Dan komen er een paar rondreizende kleermakers aan het hof die zeggen helemaal aan zijn wensen te kunnen voldoen. Zij hebben een uniek, nog nooit vertoond concept: een stof die alleen zichtbaar is voor slimme mensen. In werkelijkheid zijn het natuurlijk oplichters want zo’n stof bestaat niet, maar de kleermakers vertrouwen erop dat niemand zal durven erkennen dat hij/zij de stof niet ziet – uit angst voor dom uitgemaakt te worden (!).

De keizer huurt ze in en na enkele dagen komen ze met veel misbaar en flauwekul naar de keizer met hun bijzondere kleed. Ze voeren een fantastische pantomime op en trekken de keizer het kleed aan dat alleen gezien kan worden door slimme mensen. De keizer aarzelt even, want hij ziet zijn eigen kleed niet, maar door de verrukte kreten van zijn kleermakers gaat hij er zelf ook in geloven. Zeker als ook de eerste minister zegt dat het kleed hem prachtig staat! De keizer waant zich in peperdure kleren en hij wil natuurlijk niet dat mensen denken dat hij dom is. Hij vertoont zich dus aan zijn hovelingen, en ook zij, bevreesd voor zijn woede-uitbarstingen, prijzen zijn nieuwe kleren de hemel in, en loven zijn uitgekiende smaak.

Zodoende besluit de keizer zich te vertonen aan het hele volk. Fier flaneert hij in de optocht – geheel naakt – terwijl het volk omvalt van verbazing, angst en plaatsvervangende schaamte. Totdat een jongetje in het publiek roept: “Hé kijk, de keizer loopt in zijn blootje!” Iedereen houdt de adem in voor de toorn van de vorst, maar plots wordt zijn kreet beantwoord. “Hij heeft gelijk! Hij loopt in zijn blootje!” Spoedig roept iedereen dit, maar de keizer weet niet anders te doen dan trots door te lopen, zelfs al ziet ook hijzelf de kleren niet. En de dienaren blijven zijn sleep dragen… die er niet is.

Soms voel ik me dat jongetje dat roept dat de keizer in zijn blote kont loopt. Er worden soms beslissingen in een organisatie genomen die voor iedereen onbegrijpelijk zijn, maar ja, is jouw baan niet afhankelijk van deze keizer? Deze keizer, die goede sier wil maken en veranderingen initieert waar je een vraagteken bij kunt zetten of meegaat met een kansloze managementtrend. Hoor je niet geregeld een hoop managementblabla en vraag je je dan af: wat zeg je nou eigenlijk!? Grote kans dat meer mensen zich dat afvragen.

Ja, het vergt moed om je rug recht te houden of een ogenschijnlijk afwijkend standpunt in te nemen (vaak denkt er trouwens nog iemand: “phoe, gelukkig, ik ben niet de enige!”). Maar ben je het niet aan jezelf verplicht een individu te zijn? Ik zie mensen afhaken of eieren voor hun geld kiezen en er blijft een hoop in stand waar niemand op zit te wachten. Een goed voorbeeld is de bankencrisis waarbij er te weinig kritische massa was. Men wist heus wel dat een en ander niet in de haak was, maar alle banken deden het toch? Een te kleine kritische massa kan rampzalige gevolgen hebben. Binnen organisaties met een familiaire sfeer worden misstanden nog makkelijker in stand gehouden: de saamhorigheid kan ongezonde vormen aannemen waarbij kritische personen van buiten ook snel weer buiten staan.

Waar managers vaak naïef in zijn, is dat “hun deur toch altijd open staat?” Ze onderschatten hun eigen positie en impact en het feit dat veel kritische geluiden hen niet meer bereiken. Voor ze het weten lopen ze in hun blote kont met hun beleid dat geen inhoud heeft (of zelfs onethisch is). Als HR adviseur kom je geregeld in de positie waarbij je je afvraagt of je mee kan gaan met de ideeën en het beleid van de organisatie. Iedere medewerker zou zich veilig moeten kunnen voelen om kritische vragen te stellen en uit te gaan van zijn eigen normen en waarden.

Toen kwamen de managers tot inkeer en zorgden voor een sfeer waarbinnen de rol van advocaat van de duivel hoog aanzien had…..en ze werkten nog lang en gelukkig.

Geen verantwoordelijkheid zonder bevoegdheid

Weinig dingen helpen een mens meer dan hem verantwoordelijkheid te geven en te laten merken dat je hem vertrouwt”.
(B. Washington)

Mooie term kwam ik op internet tegen: verantwoordelijkheidsval. Ik moest eraan denken, omdat ik het veel om me heen zie gebeuren (en het zelf heb ervaren): wel de verantwoordelijkheid voor een bepaalde taak hebben/krijgen, maar niet de bevoegdheid. De bevoegdheid om  anderen aan te sturen, beslissingen te nemen of benodigde middelen in te zetten om je verantwoordelijkheid te kùnnen nemen. Verantwoordelijkheid zonder bevoegdheid is vragen om moeilijkheden (lees: burnout).

 

Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik ben ook wel de term ‘menswaardig organiseren van het werk’ tegen gekomen, mooi. Waar taken en verantwoordelijkheden gedelegeerd worden, blijven de bevoegdheden echter vaak hangen. De formulierenstroom bevestigt dat vaak: hoeveel handtekeningen heb je nodig? Dat levert gegarandeerd frustratie op. Neem dus geen genoegen met verantwoordelijkheid zonder de bijbehorende bevoegdheid. Want je zal de eerste niet zijn die mooie oplossingen bedenkt voor vraagstukken binnen zijn team of vakgebied, maar daar vervolgens geen ondersteuning of middelen voor krijgt. Het kan je creativiteit bevorderen, of je wordt er doodmoe van. Meestal het laatste.

 

Enerzijds klagen leidinggevenden dat medewerkers hun verantwoordelijkheid niet nemen, anderzijds is het medewerkers vaak helemaal niet duidelijk wat er precies van ze verwacht wordt en wat hun speelruimte is. Medewerkers zijn in ieder geval meer geneigd hun verantwoordelijkheid te nemen als de verwachtingen duidelijk zijn en als ze invloed kunnen uitoefenen. Als je voor een taak verantwoordelijk bent, maar geen invloed hebt op degenen met wie je de klus moet klaren of de middelen die je nodig hebt, kan het resultaat voor alle partijen bedroevend zijn. Heb je dan je verantwoordelijkheid niet genomen?

 

Als medewerker moet je je allereerst  afvragen of je daadwerkelijk verantwoordelijk bent of dat je verantwoordelijk wordt gehouden: de zogenaamde aap op de schouder. Aapjes geef je weer terug, terechte verantwoordelijkheden vragen om bewegingsruimte die je moet opeisen. Is die ruimte er niet, dan moet je je afvragen of je de verantwoordelijkheid niet beter aan je voorbij kan laten gaan. Zo simpel is het natuurlijk niet, maar bespreekbaar maken wat zo vanzelfsprekend lijkt, is al een goede stap.

 

Je kan je tenslotte natuurlijk ook verantwoordelijk voelen zonder het te zijn en daarmee een hoop overbodige ballast meesjouwen. Dat vraagt om een andere oplossing: zelfreflectie.  Vraag jezelf af waarom je je zo verantwoordelijk voelt. Wat levert je dat op? Er is niks mis met een gezonde dosis verantwoordelijkheidsgevoel, maar als je de dingen nog maar moeilijk kunt loslaten is het zaak goed voor jezelf te zorgen.

 

Het belangrijkst  is nog wel dat een medewerker zich gesteund voelt en vertrouwen ervaart van zijn leidinggevenden en/of collega’s. Daar groeien mensen van en wordt het (werkende) leven sowieso wat eenvoudiger van.

Als we het maar niet met elkaar eens zijn! (om de verkeerde redenen)

Wees jezelf, er zijn al zoveel anderen
(Loesje)

Laatst was ik weer bij een verbazingwekkende vergadering. Urenlang wordt er gediscussieerd, het vliegt alle kanten op en gaandeweg die discussie zie ik een aantal mensen afhaken (zo’n ipad kan een boel afleiding verdoezelen). Als er uiteindelijk een besluit genomen wordt (of was het geen besluit?), wordt dat lauw ontvangen, maar iedereen knikt en gaat weer zijn weg. Het resultaat is onmiskenbaar middelmatig en er zijn genoeg aanwezigen die een beter resultaat hadden kunnen bewerkstelligen, maar nu gefrustreerd zijn. Wat gebeurt daar nou!?

In de organisatiewetenschappen heet dat de ‘Abilene-paradox’ of wel ‘mismanaged agreement’. Het is de onkunde in organisaties om met overeenstemming ofwel consensus om te gaan. Het gaat dus expliciet niet om het omgaan met conflicten, maar juist om de gewaande consensus. Door al die beleefde mensen gaat veel inspanning verloren, komen projecten maar niet van de grond en ontstaan energielekken, omdat de vastgestelde doelen op valse consensus zijn gebaseerd.

De Abilene-paradox is gebaseerd op een familie-verhaal in de jaren ’60 in Texas van management auteur Jerry B. Harvey. Op een zondagmiddag stelt zijn schoonvader voor om met z’n allen in Abilene te gaan lunchen. Hoewel ieder familielid opziet tegen de rit in de hitte en liever thuis blijft, stemmen zij allen in om niemand teleur te stellen. En zo komt het dat de familieleden op deze zondagmiddag in de hitte bijna 90 kilometer naar Abilene rijden voor een lunch om de ander een plezier te doen terwijl ze allemaal liever thuis waren gebleven. Heel veel miscommunicatie (zowel in organisaties als privélevens) is op deze paradox gebaseerd.

Hoe voorkom je een rit naar Abilene?

Alert zijn op besluitvormingsprocessen in groepen is in ieder geval al een goed begin. De groepsdynamiek kan zo sterk zijn dat mensen zich niet durven uit te spreken. Hier liggen psychologische principes aan ten grondslag die je niet moet onderschatten. Mensen zijn bang om buiten de groep te vallen en ervan te worden beticht geen teamplayer te zijn. Ze kunnen daardoor zelfs bang zijn om hun baan te verliezen. Ik hoor deze argumenten helaas nog regelmatig: angst is hardnekkig. Harvey geeft ook aan dat mensen de neiging hebben de verkeerde kant op te fantaseren en voor zichzelf vervolgens de keuze rechtvaardigen om niks te zeggen of mee te gaan in het groepsbesluit. Met dat groepsbesluit moeten ze het dan maar doen en daar kan alleen maar frustratie van komen.

Andre Wierdsma (hoogleraar organiseren en co-creëen) vergelijkt consensus met drijfzand: “We zijn sociale dieren en zoeken naar verbinding. De groep komt tot één norm en dat lijkt op consensus, maar mensen conformeren zich eraan, omdat ze bang zijn buiten de groep te vallen. Feitelijk is er echter nooit consensus, je bent zelf ook bijna nooit 100% voor of tegen. In een groep is dat net zo: eigenlijk is er de schijnsituatie “we zijn het zo met elkaar eens”. Als je al die aarzelingen bij elkaar optelt, creëren mensen collectief iets wat ze helemaal niet willen. Als je gaat bouwen op die zogenaamde consensus bouw je dus feitelijk op drijfzand.”

Zelf vraag ik deelnemers aan een discussie altijd persoonlijk om inbreng, het zijn anders toch vaak dezelfden die het woord nemen en menen de groep te kunnen vertegenwoordigen. Er zijn allerlei tips voorhanden om de paradox te voorkomen: gedragsregels opstellen bij vergaderingen, niet afwijken van de agenda, één iemand tegelijk aan het woord…

Fantastisch allemaal, maar volgens mij hoef je maar één goede vraag te stellen: gaan we naar Abilene?

Inspirerend leiderschap

What you are shouts so loudly in my ears, I cannot hear what you say. Stephen R. Covey

Laatst werd me gevraagd een presentatie te houden over inspirerend leiderschap. Dat is en blijft een boeiend thema, met name om te zien hoe er mee aan de haal wordt gegaan. Er gaat altijd wel ergens een trukendoos open. Ik geniet van alle boekentitels die ik voorbij zie komen: ‘Hoe krijg je ze zover?’, ‘Leiderschap is een keuze’, ‘Animal firm: haal het beste dierengedrag in uzelf en uw team naar boven’. Of wat te denken van een training ‘authentiek leiderschap’ (en nu jezelf zijn, even doorzetten!) of een seminar ‘hoe word ik een geboren leider’.

Leiderschap is helaas geen trukendoos. Hoe hard boeken, seminars en trainingen ook hun best doen u daarvan te overtuigen. Leiderschap is anderen laten schitteren, duidelijkheid bieden, successen delen, maar vooral voorbeeldgedrag (spiegelneuronen zijn genadeloos). Dat is natuurlijk wel jammer, want je kunt er een ander dus niet mee opzadelen. Er is maar één boodschap die ik consequent blijf herhalen en dat is ‘practice what you preach’ (ja, erg jaren ’90). Een mooi voorbeeld is een vertwijfelde manager die me aan het begin van de crisis vertelde: “het is crisis, begrijpen ze (het team) niet dat er wat moet gebeuren! Het moet anders!” Ik heb hem vervolgens gevraagd wat hij dan anders is gaan doen. En los daarvan, wat is dat eigenlijk: iets anders doen? Beleidsnotities, powerspeeches, het valt allemaal in het niet als het gedrag niet ‘klopt’.

Maar goed. Ik besloot voor deze presentatie simpelweg input aan de medewerkers te
vragen: wat inspireert hen? Dat zijn per slot van rekening de beste getuigen. Daar kwamen echt geen verrassende dingen uit. Medewerkers hebben het veel over teamgericht werken, tijd krijgen om te brainstormen/te sparren met collega’s, mee mogen naar afspraken om de kunst af te kijken, mee mogen denken en praten over visie en strategie, vrijheid in het werk en zelfstandig kunnen werken (maar ook kaders en duidelijke verwachtingen!). Wat wel aardig is, is dat medewerkers ook vaak om coaching vragen wat eigenlijk gewoon aandacht en feedback krijgen betekent. Het zijn voor mij zeer boeiende gesprekken die ook nog eens zeer gewaardeerd worden door de medewerkers. Ik gun iedere leidinggevende deze simpele, maar waardevolle inzichten.

Als je wilt weten wat medewerkers waarderen en wat ze van jou nodig hebben om uit zichzelf te halen wat erin zit, kun je het ze simpelweg vragen. Dus vraag het ze! Medewerkers vinden het leuk om mee te praten, aandacht te krijgen en bovendien: door hen feedback te vragen, verlaag je de drempel om dat ook voor zichzelf te doen.

Het mooie is dat in dit geval leidinggevenden vaak heel goed weten waar winst te behalen valt. Het is vaak geen onwil, maar de trukendozen die er zijn, zijn vaak niet praktisch genoeg. Met het excuus van de waan van de dag hoef je bij mij ook niet aan te komen. De waan van de dag omvat ook een lunch waar je de tijd kunt benutten voor een rondetafelgesprek, wachttijd bij de opdrachtgever waarin je bijpraat, autoritten na afspraken die je kunt evalueren, feedbackmomenten bij het koffie-apparaat. Borrels, etentjes met een projectteam of netwerkbijeenkomsten zijn ook sparmomenten.

Hoe je een geboren leider wordt?

Ik denk reïncarnatie. Tot die tijd: vooral veel vragen stellen.